Rasbeschrijving het Zeeuws Melkschaap

Het  melkschaap is een geheel wit, vrij groot, gerekt en evenredig gebouwd schaap van het uitgesproken melktype. Het heeft een wigvormige romp, is fijn van beendergestel en edel van aangezicht. Het kenmerkt zich door een goede vruchtbaarheid en rijke melkgift.

De kop
De kop is langwerpig is langwerpig en droog met een iets gebogen profiellijn. (Een rechte profiellijn wordt wel geaccepteerd, maar is niet wenselijk) geheel blank/roomkleurig, en fijn besneden. De kop is onbewold met zijde-achtig haar. Boven de neusgaten bevindt zich een insnoering en van daaraf, wordt de kop regelmatig breder, maar zeker niet te breed. De oren zijn lang, matig breed, dun en worden iets naar voren, zijdelings uitstaand gedragen. De kop heeft veelal een onmiskenbare adellijke uitdrukking.

De hals
De hals is langgerekt, matig bespierd, goed aansluitend bij de voorhand. De hals is bewold, ook de keelgang en nek.

De romp
Het schaap heeft een vrij lange wigvormige romp met een sterke rechte bovenlijn en goede ribwelving. De voorhand is voldoende ruim ontwikkeld, niet te zware en te diepe borst, de schouders goed aansluitend. De middenhand heeft een goede buikontwikkeling, wigvormig aansluitend bij de voorhand, sterke bovenbouw met een goede aansluiting bij de lendenen De achterhand; kruis is breed en voldoende lang, iets hellend (doch niet afhangend), dijen aan de binnenzijde weinig bespierd.

De staart
Lange, geheel onbewolde, rechte staart, reikend tot de hak. Dieren met bewolde en (korte) staarten worden afgekeurd.

Het beenwerk
Krachtig, niet te grof en een goede stand. Onbewold tot een handbreedte boven de voorknieen en spronggewrichten  en met een scherpe afscheiding van haar naar wol. Blanke hoeven. Dieren met een bonte of vossige benen worden afgekeurd.

Het uier
Ruim ontwikkeld, goed aangesloten, en goed geplaatst. Soepel en elastisch met twee gelijke uierhelften. De spenen zijn voldoende ontwikkeld en naar beneden geplaatst. Het uier is geheel blank met een zachte dunne beharing, maar bij voorkeur kaal.

De wol
De wol is goed gestapeld, voldoende fijn en van een goede kwaliteit.

Fouten en gebreken: 

  1. Een kuif op de kop
  2. Horens
  3. Stijve, korte smalle of hangende oren
  4. Kleuraftekening, zoals zwarte neus, een vossekop
  5. Een varkensbek of snoekbek
  6. Geheel of gedeeltelijke witte ogen
  7. Bewolde balzak bij overjarige rammen.
  8. Bewold uier bij overjarige ooien
  9. Een weke of karper rug